nieuws

KOIHUNTING FEBRUARI 2009.

Gepost op: 27/02/2009

Dag 1.
De planning was om zoals altijd eerst naar Toshio Sakai in Isawa te gaan, voor we naar Niigata zouden reizen, maar Toshio had ons laten weten dat hij voor enkele dagen naar de Verenigde Staten moest, waar hij uitgenodigd was om enkele seminaries te geven. Zo kwam het dat we onze reisplannen moesten wijzigen en na een elf uur durende vliegreis en drie uur trein, om twee uur in de namiddag in Nagaoka aankwamen, waar Michel Capot van Koi Ichi Ban ons met de auto stond op te wachten. Er lag een veertigtal centimeters sneeuw in de stad, minder dan andere jaren rond deze periode, maar Michel vertelde dat er in de volgende tien dagen nog zeer veel sneeuw verwacht werd. Dat beloofde niet veel goeds, maar wie in februari naar Niigata reist, weet dat hij zich op zulke toestanden moet voorzien.

We hadden nog enkele uurtjes tijd voor de duisternis zou invallen en daarom stopten we op weg naar Ojiya bij het nieuwe grote koihuis van Marudoh. Niet dat we zo dadelijk al vissen wilden kopen, maar gewoon om even te laten weten dat we in het land waren en toch al even zijn koi te bekijken. We konden dan meteen een afspraak maken om hem in een van de volgende dagen een uitgebreid bezoek te brengen. We kopen al vele jaren bij hem en hebben nog nooit enig probleem met zijn vissen gehad. Ook bij Sakazume en bij Shinoda in Koguriyama staken we even onze neus binnen, maar kopen deden we niet. Als men vermoeid is doe je soms domme aankopen en na die zware reis was daar zeker kans op. Rond half vijf kwamen we bij het Ojiya Park hotel aan. Hier zouden we de volgende dagen verblijven. We hadden nog net tijd om een ontspannende douche te nemen en andere kleren aan te trekken, want om zes uur waren we uitgenodigd in een klein, knus Japans restaurantje in Nagaoka en dat was een half uur rijden. Het werd een heerlijke avond met geweldig lekker eten, maar toch waren we blij dat we rond tien uur in ons bed konden stappen, want de volgende morgen om acht uur zouden we aan het echte werk beginnen.

Dag 2.
Ik sliep weinig die nacht. Mijn gedachten waren al bij de koi die we te zien zouden krijgen. Om zes uur stond ik al weer onder de douche en na mijn nota’s voor de komende koihunt bijgewerkt te hebben, ging ik ontbijten. Even over acht uur stapte ik in de wagen. We overliepen nog even de afspraken van de dag en togen op pad. Aoki en zijn zoon stonden al op ons te wachten toen we aan zijn koihuis in Katakai aankwamen. Zoals altijd was het een hartelijke begroeting, maar met Aoki moet men altijd goed opletten, want hij durft soms onzinnig hoge prijzen vragen voor zijn koi. In mei verleden jaar had ik er prachtige tategoi Tosai Goshiki gezien. Hij wou ze toen niet verkopen, maar nu wilde ik wel eens een poging wagen om er enkele van te bemachtigen. Ze waren nu ongeveer 35 cm groot en zagen er zeer veelbelovend uit. Maar zijn prijzen lagen veel te hoog. Ik vertelde hem dat het over heel de wereld crisis was, dat de recessie zich goed liet voelen en dat de Yen op het moment ongeveer dertig procent duurder was dan de afgelopen tien jaar. En eindelijk na veel over en weer gepraat liet hij zijn prijs zakken en kon ik acht zeer goede, maar niet van zijn beste Goshiki selecteren.
Wat onvoldaan reden we verder naar Ikarashi Seiki. Hij heeft een grote verscheidenheid aan variëteiten en ik vind er altijd wel een aantal mooie vissen. Ik selecteerde er een mooie Doitsu Kohaku, een imposante Shusui en een Godan Goshiki, allen tussen de 45 en 50 cm. Ook 3 nisai Ochiba Shigura met een mooi netpatroon en 3 Beni Kikokuriyu, een variëteit waarmee hij veel succes oogst. Hij had zeer mooie tosai en nisai Yamabuki. Ik kocht 100 tosai en 10 nisai. Op de terugweg liepen we bij Kase aan. We bekeken eerst zijn Tosai en gingen toen kijken in een kleine serre. Daar zwommen zeer mooie nisai Yamatonishiki en Kikusui van 35 cm. Ik selecteerde er 11 zeer mooie kleurrijke vissen, die zeker in de smaak zullen vallen.
Rond één uur zaten we aan een lekkere noedelsoep die ons terug op krachten bracht en reden we vervolgens het tunneltje door dat ons naar route 117 voerde, waar veel kwekers gevestigd zijn. We hadden een afspraak met Sakazume. Hij stond ons al op te wachten en nam ons mee naar zijn tosaischuur. Hij staat bekend voor zijn prachtige Koromo en die had hij. In één van de vijvers zaten zeer mooie tosai Koromo en in een andere een mooie Gosanke mix. Ik kocht van ieder 130 stuks. In een andere schuur zwommen een tiental heel mooie nisai Asagi van 35 cm. Ik selecteerde de 5 beste en was er erg blij mee, want goede nisai Asagi zijn niet gemakkelijk te vinden. Nu naar Chogoro. Die staat bekend om zijn prachtige Purashina. De zoon heeft na de dood van zijn vader in 2004 de koifarm overgenomen en hoewel hij hogere prijzen vraagt, ben ik er wel blij mee, want de kwaliteit en de conditie van de vissen zijn er duidelijk op verbeterd. Hij heeft nu de mannelijke en vrouwelijke vissen in aparte vijvers zitten en dat is een voordeel. Spijtig genoeg kosten de vrouwtjes het dubbele van de mannetjes. Ik kocht zes van zijn topklas nisai vrouwtjes, prachtige roomwitte juweeltjes met een diepe glans en een mooie lichaamsvorm.

De Oya koi farm van Taro Kataoka, de broer van mijn goede vriend Matcho, heeft dit jaar zeer mooie Tosai in verschillende variëteiten. Alle tosai zijn ongeveer 20 cm, dat is voor Niigata goed aan de maat voor babykoi, die in mei of juni maar één jaar zullen worden. Ik vond ze zo mooi, dat ik er 465 stuks selecteerde. Doitsu Kohaku, Doitsu Sanke, Showa, Kin Kikokuriyu, Beni Kikokuriyu en hele mooie Asagi. Ik verliet de Oya koi farm met een goed gevoel. Ik had menige mooie koi gekocht. Het was al na vier uur en voor mij was het genoeg geweest. Ik was verkleumd en nat en wou zo snel mogelijk een lekkere hete douche nemen. Toen we op de terugweg langs de laatste nieuwe vestiging van Seitaro Hirasawa kwamen, stopten we toch even om onze oude vriend te begroeten. Ik zag er zeer mooie bloedrode nisai Kujaku zwemmen en in een aanpalende vijver zaten zeer aantrekkelijke rode Mizuho Ogon. Die wilde ik wel hebben, maar omdat het intussen al bijna vijf uur was, had ik geen zin meer om hier weer opnieuw te selecteren. Ik zou later wel terug komen. In het hotel nam ik een glaasje Saké uit de automaat en warmde het wat op in de microwave. Het smaakte heerlijk. Toen de douche onder en andere kleren aangetrokken, want Taro Kataoka had ons uitgenodigd in een speciaal, door de Europeanen onbekend restaurantje, ergens bij de Shinanorivier. Volgens hem serveerden ze er het beste eten van heel Ojiya. Hij had gelijk, het was er overheerlijk die avond. Het was de perfecte afsluiter van een lange succesvolle dag. Morgen wachtte ons weer een nieuwe opwindende dag. Misschien wel de meest interessante dag van de hele koihunt, want om acht uur hadden we een afspraak bij Dainichi.

Dag 3.
Er woedde een noodweer die nacht. De regen en de natte sneeuw werden door de hevige, huilende wind, tegen het vensterglas van mijn kamer geblazen en maakte een hels kabaal. Ik kon niet in slaap komen. Ik zag het één, twee en drie uur worden, maar toen moet ik toch ingedommeld zijn, want ik schrok wakker toen mijn wekker afliep. Het was zeven uur. De sneeuw viel nog steeds in dikke vlokken neer, maar de stormwind was toch gaan liggen.
Vandaag was het een bijzondere en belangrijke dag. Bij Dainichi koi gaan selecteren is niet alledaags. Zeker niet als Futoshi Mano, de oudste zoon en grote baas van Dainichi, je zelf uitgenodigd heeft. De felle waterstraal van de douche werkte als een massage op mijn lichaam en kikte mij op. Ik ging nog snel ontbijten en was net klaar toen Michel en Matcho binnen kwamen. Enkele minuten later waren we op weg naar Sambucho, waar Dainichi een aantal grote koihuizen heeft staan en er na de aardbeving van oktober 2004 ook een nieuw huis gebouwd heeft.
We werden ontvangen door de grote man zelf. Futoshi Mano had zich een halve dag vrijgemaakt om ons te begeleiden bij het maken van onze keuzes. Na een kort overleg werd er besloten om in het nisai koihuis te beginnen. We namen onze tijd om al de vijvers eens grondig te bekijken en besloten toen om met een vijver te beginnen waar een tweehonderdtal schitterende vrouwelijke Showa en Kohaku van rond de 45 cm in rond zwommen. Twee stafleden gingen met de sleepnet rond en brachten al de vissen samen in het net bij de voorkant van de vijver, waar we ze gemakkelijk konden selecteren. Het waren prachtige vissen met interessante patronen en diepe kleuren, allemaal vrouwtjes in volle ontwikkeling met lichamen die blonken van gezondheid. Iedere vis die ik schepte, werd door een van de stafleden met een koisok in een blauwe bowl geplaatst. Na een half uur had ik ongeveer vijftien prachtige, typische Dainichi koi in de bowl zitten. Geweldig mooie Showa, waaronder enkele zeer opvallende Kindai en prachtige Kohaku van de nieuwe Kohaku bloedlijn waar men bij Dainichi al een aantal jaren mee experimenteert en veel succes kent. Ik vroeg om een tweede blauwe bowl en scheidde de Kohaku van de Showa. Zo was het gemakkelijker om een goede selectie te maken. Ik had ze wel allemaal willen nemen, maar ik wou ook nog Dainichi jumbo tosai aankopen, maar dan zou mijn budget ontoereikend zijn geweest. Iedere koi werd door mij grondig bekeken en even met de buik omhoog gedraaid om de sekse te controleren. Na lang beraad bleven er zeven koi over, vier Kohaku en drie Showa. Stuk voor stuk koi met toekomst. Na enig getwijfel gaf Futoshi me de prijs. Ik was zeer tevreden, hij had niet overdreven.
Futoshi was nog vrij jong toen ik hem leerde kennen. Ik weet nog goed hoe hij, zijn moeder en zijn twee broers hun tranen trachtten te bedwingen op de begrafenis van hun vader, vele jaren geleden. Ik was die dagen toevallig in Niigata en samen met Michel Capot heb ik toen de Mano familie gecondoleerd. Men dacht toen dat het gedaan zou zijn met de Dainichi koi farm, maar Futoshi en zijn jongere broer Shigeru zetten met veel succes het werk van Minoru Mano, hun dominante vader, verder. Ook in 2004, toen ze door de aardbeving het prachtige Dainichi huis in Iwamagi en verscheidene van hun ouderdieren verloren, zetten ze met veel kennis en inspanning een nieuw kweekprogramma op punt, hoewel het niet eenvoudig was om de geschikte kweekdieren van hun beproefde bloedlijnen terug te vinden. Nu, na meer dan tien jaar, staat de Dainichi koi farm, zonder enige twijfel weer waar hun vader zo vele jaren stond, aan de absolute top. Dat bewijzen ze met hun schitterende resultaten op de grote koishows. Zo behaalden ze met één van hun typische Showa in 2007 de Grand Champion op de Combined All Japan Show in Tokio. De Dainichi koi farm, Toshio Sakai met zijn Isawa koi center en de Sakai fish farm uit Hiroshima zijn de drie grote baanbrekers, die al jarenlang met hun eigen bloedlijnen de mooiste koi produceren. Ook Torazo houdt succesvol vast aan zijn oude bloedlijnen. Terwijl Momotaro, Marudoh en nog enkele andere succesvolle koi farms, op de bloedlijnen van de drie eerstgenoemde gebouwd zijn.
We gingen nu naar het grote tosai koihuis dat even verderop stond. Ongelooflijk wat daar rondzwemt. Soms zou je twijfelen of het wel tosai zijn. Ze zien er groter en steviger uit dan bij de meeste andere kwekers in Niigata. Futoshi bracht me naar een vijver waarin ongeveer tweehonderd prachtige tosai in rondzwommen. Uitsluitend Kohaku en Showa. Ze waren allen tussen de 30 en 35 cm groot. Vol bewondering keek ik toe en knikte, hier wou ik me wel enkele uurtjes mee bezig houden. Vijf minuten later hadden de twee stafleden de vissen in de sleepnet verzameld en kon ik beginnen selecteren. Een half uur later had ik veertigtal levendige koi in twee bowls verzameld, de ene vis al mooier dan de andere. De nieuwe Kohakulijn van Dainichi sprak mij echt aan. Ik vond ze zeer speciaal. Maar ook hier moest ik een tweede selectie maken en na veel wikken en wegen bleven er 18 glanzende juweeltjes in de bowl over, vijftien Kohaku en drie Showa. Sommige hadden een iets hogere prijs, maar ik besloot om ze allemaal naar Brecht te laten komen. Uit een andere vijver haalde ik even later nog 22 kleinere tosai. Allen tussen de 20 en 25 centimeter. 1 Sanke, 3 Kohaku en 18 Showa. Die waren budgetvriendelijker en zullen vele liefhebbers behagen. Tevreden verliet ik de Dainichi koifarm, want ik had goede zaken gedaan.

We hadden nog twee afspraken die dag, met Shinoda en Torazo. Enkele weken voor ik naar Japan vertrok, had Matcho mij een mail gestuurd en verteld dat Shinoda San, net zoals verleden jaar, zijn nisai Tatishta voor mij gereserveerd had. Dat was natuurlijk goed nieuws, want dat zijn kleurrijke, felbegeerde Doitsu Gosanke. Susumo en zijn zoon waren in het koihuis toen we aankwamen. Ze wisten natuurlijk waarom we kwamen en deden teken dat we hen moesten volgen. We liepen het grote koihuis langs de achterkant weer uit, stapten over een smal, met zeildoek overdekt bruggetje en liepen een ander koihuis in. Hier kwamen normaal geen kopers. Aan de linkerkant zag ik enkele vijvers, waar, zoals Matcho mij vertelde, verkochte koi in bijgehouden werden en aan de rechter kant, achter een plastiekscherm, bevond zich de vijver met de Tatishta. Ik had niet veel tijd nodig om te beslissen of ik deze koi wou kopen, want ze zagen er prachtig uit en waren ongeveer 35 cm. Dat heb je met Doitsu, de felle, als geschilderde, scherp afgelijnde kleuren, zijn zeer attractief. Eerst selecteerden we 13 mooi getekende Doitsu Kohaku. Daarna 12 Doitsu Sanke met goed sumi en vervolgens 8 opvallende Doitsu Showa. Er zwommen ook een aantal Ginrin Showa in de vijver rond en daarvan selecteerden we ook 8 stuks. Het werd een flinke rekening, maar de vissen waren het waard. Terug in het grote koihuis, selecteerden we nog 8 nisai Hi Utsuri en toen werd het tijd om onze afspraak bij Torazo na te komen.

In een kleine serre, schuin tegenover zijn woonhuis had Torazo een klein aantal tweejarige Tancho Kohaku apart gezet. Ze waren allen tussen de 40 en 45 cm en zagen er zeer goed uit. Maar je weet hoe het gaat met Tancho, als de rode tanchovlek niet helemaal centraal staat, te groot of te klein is of niet zo mooi van vorm, dan verliezen ze veel van hun waarde. Dus ik ben zeer selectief te werk gegaan en heb er de vier mooiste Tancho uitgehaald. Omdat ik bij Torazo ieder jaar nogal wat meeneem, overdreef hij niet met zijn prijs en ging ik tevreden buiten. Het werd stilaan tijd om naar het hotel terug te keren. De lucht was loodgrijs en er viel van die natte sneeuw, die je in een mum van tijd kletsnat maakte. Het zou vroeg donker zijn. Ik had behoefte aan één van die blikjes sterke zwarte koffie uit de automaat in de lobby van het hotel. Vanavond gingen wij Koreaans eten bij Rosanne. Dat was weer eens wat anders en altijd smakelijk. Met een goed biertje erbij zou ik de avond wel doorkomen.

Dag 4.
Het was haast niet te geloven, maar het was stralend weer toen ik wakker werd. De lucht was helder blauw en de zon stond al boven de bergen. Het is toch onvoorstelbaar, gisteren een ongezellige grauwe dag met sneeuwvlagen en ijskoude regen en vandaag leek het wel een lentedag. Ik wilde het vandaag wat rustiger aandoen. De vorige dagen waren nogal hectisch geweest, maar nu het zo mooi was in de bergen, wilde ik wat foto’s van het landschap nemen om op de site te zetten. Ik was nog op zoek naar enkele mooie nisai Goshiki en waar kan men die beter vinden dan bij Hiroi Kuniyasu. Toen Matcho mij kwam halen, reden we recht naar Koguriyama waar Kuniyasu zijn koihuizen heeft. Hij heeft twee prachtige gestreepte Amerikaanse katten, een kattin en een kater. Op een reclamespot voor kattenvoer op tv, had ik eens één van die katten gezien en sindsdien was ik er gek op. Enkele jaren geleden had Hiroi een nestje gefokt met het koppel en had ik één van de kittens willen kopen. Ik had enkele dagen getwijfeld en toen ik besloot er toch één over te laten vliegen, was ik te laat, ze waren intussen al allemaal besproken. Nu stapte ik zijn koihuis binnen en ja hoor, in één van zijn vijvers zat precies wat ik zocht, mooie nisai Goshiki. Matcho, die een zeer goed oog voor Goshiki heeft, hielp mij met de selectie en een uur later hadden ik tien vissen in een bowl zitten, waarvan ik de prijs wou weten. Zes high class Goshiki, een Tancho Goshiki, een Doitsu Kujaku, een zeer mooie Maruten Doitsu Sanke en een opvallende Doitsu Showa. Na wat loven en bieden vond ik de prijs aanvaardbaar en kocht ze. Toen ik in zijn tosaischuur kwam was ik verrast door de goede kwaliteit van zijn babykoi. Hier moest ik niet selecteren, er zaten zeer weinig visjes in die mij niet aanstonden. Ik kocht aldaar twee boxen van 14 - 16 cm, samen 140 stuks en twee boxen van 20 - 25 cm, samen 60 vissen. We trokken verder tot bij Tsuna in Budokubo. Ik koop daar ieder jaar driejarige Platinum en ook nu had ik geluk. Er zaten er wel vijftig, allen rond de 50 cm. Dit was net wat ik zocht. Ik maakte een deal voor 21 van deze glanzend witte schoonheden, twee 55 cm Shusui en een 60 cm Aka Matsuba met een zeer gaaf netpatroon. Dat was snel gegaan en omdat het in die omtrek zo mooi is, reden we wat rond, zodat ik enkele mooie foto’s kon schieten.

Om één uur hadden we een afspraak bij het gloednieuwe grote koihuis van Marudoh. Ik beschouw Marudoh als één van de groten. Ieder jaar sta ik verwonderd naar zijn Tategoi te kijken en telkens zijn ze weer mooier. Tijdens mijn tategoi trips in mei slaag ik er soms in om er enkele te kopen, maar ze zijn altijd vrij prijzig. Ik koop al jaren bij hem en heb er menige prachtige Showa meegenomen die op onze Europese shows in de hoofdprijzen vielen. Ik kan goed met hem opschieten en ga regelmatig met hem en zijn zoon ergens wat eten. Ik had al drie jaar een Shiro Utsuri in één van zijn moddervijvers zitten en die wilde ik nu bekijken en waarschijnlijk laten overkomen. Hij had zeer mooie nisai Ginrin Kohaku in één van zijn vijvers zwemmen en daar wou ik er enkele van uitzoeken. Het werden er zes. In een klein vijvertje zwommen een honderdtal Shiro Utsuri van 25 - 30 cm, die hij wou laten opgroeien, maar na wat aandringen kon ik er toch twintig van kopen. Ik mocht ze wel niet zelf selecteren, maar dat was geen probleem, want ze zagen er allemaal veelbelovend uit. Uit een vijver vol sansai kocht ik die namiddag nog 3 Shiro Utsuri van 50 - 55 cm, waarvan één met een perfect dambordpatroon. Ook nog een 65 cm Yamabuki en een 70 cm bloedrode Benigoi, zoals ik maar zelden gezien heb. Deze laatste wil ik eerst nog een tijd in mijn eigen vijver laten zwemmen, zo kan ik er nog even van genieten.
Op de terugweg liep ik weer bij Hirasawa binnen. Ik kocht er de 20-tal donkerrode nisai Kujaku en 10 zachtrode nisai Mizuho Ogons, die ik er enkele dagen vroeger gezien had. Morgen is het mijn laatste dag in Niigata. Het zal nog een drukke dag worden, want we hebben Takahashi, Tazawa en Yamazaki nog op ons programma staan.

Dag 5.
Michel en Matcho haalden me vrij vroeg op vanmorgen. We namen de autoweg, want Tazawa en Takahashi wonen in de buurt van Koide en Horinouchi en langs de Route 17 zouden we veel tijd verliezen om er te komen, er zijn ’s morgens altijd files. Tazawa is al 75 en heeft twee jaar terug zijn vrouw verloren aan kanker. De man is natuurlijk eenzaam en zoals Matcho mij vertelde was hij onlangs flink ziek geweest. Maar dat was er vandaag niet aan te zien, want hij liep weer vinnig rond als weleer. Hoewel het er niet altijd zo netjes is, kom ik er toch graag, want ik heb nog nooit enig probleem met zijn vissen gehad. Het water is er amper 10 graden warm en zijn vissen kunnen zich in onze contreien zeer goed aanpassen. Ik koop hier altijd Doitsu Hariwake, Midorigoi en Ochiba, maar nu had hij niet zo veel dat mij aanstond. Toch vond ik in één van zijn bakken achteraan een vijftal mooi ogende Ochiba, een gave Benigoi, een Asagi en vijf Doitsu Hariwake met goede goudgele patronen. Allen nisai van 35 - 40 cm. De deal was vrij snel gesloten en ik was blij dat ik er weg kon. Het was wel mooi open weer, maar het was bar koud en bij Tazawa staan de poorten altijd open.
Met plezier stapte ik een half uur later het verwarmde koihuis van Takahashi binnen. Deze vriendelijk man, een Showa specialist, ken ik al heel lang. Ik ontmoette hem voor het eerst op de allereerste koishow in België, die in de buurt van Kortrijk gehouden werd en door het toenmalig clubje van Holvoet was georganiseerd. De vader van Taka was toen de judge en hij deed de benching. Het lijkt wel alsof het al een eeuw geleden is.
Nu kwam hij ons weer, zoals altijd, met zijn stralende lach tegemoet en nam ons mee naar de serre, waar hij altijd zijn beste nisai heeft zwemmen. Ik laat iedere keer, enkele weken voor ik naar Japan afreis, Matcho even contact met hem opnemen. Hij zet dan altijd wel wat speciaals voor mij opzij en ook ditmaal was er geen twijfel, want hij ging resoluut naar één van zijn kleinere vijvers en begon het net, dat er overheen gespannen was, te verwijderen. Ik glimlachte. Ik wist al dat hij aan mij gedacht had en in dat vijvertje van twee op drie mijn gading wel zou vinden. Matcho en Michel namen ieder een net beet en ik wees aan welke vissen ik wou zien. Al vlug hadden we een twintigtal nisai Showa en Kohaku in twee blauwe bowls zitten. Ze waren flink voor hun leeftijd, 40 tot 45 cm en stonden me geweldig goed aan. Rustig selecteerde ik er de negen beste Showa uit en één Kuchibene Kohaku die wel 50 cm was. Over de prijs heb ik met Takahashi zelden problemen en ook nu was de deal snel beklonken. Maar in een andere vijver had ik enkele Beni Kumonriyu zien zwemmen en die wilde ik wel eens in een bowl zien. Toen ik wat beter keek zag ik meerdere vissen in die vijver zwemmen die mij goed aanstonden. Een half uur later kocht ik 2 Ochiba, 2 Asagi, 1 Kindai Showa, 1 Doitsu Kohaku, 4 Doitsu Hariwake en 2 Beni Kumonriyu uit die vijver. Meer dan ik zinnens was, maar ze waren zo mooi dat ik ze niet kon laten zitten. Ik bedankte Taka om de goede deals die ik had kunnen doen en maakte nog snel enkele goed foto’s van hem en de omgeving die er heel mooi is.
We hadden allemaal een reuze honger en op de terugweg liepen we op route 17 het noedelrestaurantje binnen van een Filippijnse vriendin van de vrouw van Michel. Het eten is er altijd prima en omdat het pal naast de Shinanorivier gelegen is, is het uitzicht er geweldig. Het was al twee uur toen we bij Yamazaki aankwamen. Manubu, die al enkele jaren de farm van zijn vader heeft overgenomen is altijd super vriendelijk. Hij lacht de hele tijd. Matcho was er in januari al eens gaan kijken en had er 150 tosai Ochiba en Ginrin Ochiba voor mij geselecteerd. Ik was zeer tevreden. Ze waren zeer mooi. Maar ook zijn tosai Goshiki, Koromo en Shiro Utsuri zagen er goed uit en omdat ik daar mijn tijd nu niet wilde aan besteden, vroeg ik aan Manubu of hij er voor mij enkele honderden wilde selecteren. Ik weet dat ik op hem kan rekenen. Hij zal wel een goede selectie maken. Ik wou naar het nisai koihuis, want ik wist dat hij daar high class Doitsu Hariwake had zitten. Hij lachte, ‘ze zijn eigenlijk al besproken, maar ik heb nog wel wat voor je, kom maar mee’, zei hij. Toen hij bij één van de vijvers de beluchting stillegde en de pomp uitschakelde, zag ik wat hij bedoelde. Ja, dit zou ik wel willen hebben. Er zaten juist geteld 10 mooi getekende, goudgele Doitsu Hariwake in, 5 Budo Goromo, een Goshiki, een Tancho Goshiki en een zeer gave Aka Matsuba. De prijs die Manubu vroeg was correct, ik kocht ze dan ook allemaal. Met een goed gevoel over mijn aankopen van de dag kwam ik in het hotel aan en verwende mezelf met een lekkere warme Saké. Vanavond gingen we weer typisch Japans eten, op uitnodiging van Koi Ichi Ban. Daarna nog vlug alle spullen inpakken, want morgen vertrokken we naar Toshio Sakai in Isawa.

Dag 6.
We hadden tijd genoeg vandaag. Michel werkte vanmorgen zijn administratie bij en ik wou nog snel wat inkopen doen voor we Niigata verlieten. Matcho bracht me naar de oude koiveiling van Ojiya waar Miyakoya zijn handel in vijverbenodigdheden heeft. Ik wou er enkele netjes aanschaffen en een paar setjes van de nieuwe vlaggen kopen, die door de Koi Promotion Association waren ontworpen. Daarna wilde ik nog bij Isa San gaan kijken en dan nog vlug een laatste noedelsoep gaan eten in het gele restaurantje bij de Pachenko. Dan, naar het appartement van Michel rijden, want van daar vertrokken we rond 1 uur naar Isawa.
Ik hou van die ongeveer drie uur durende rit door de Japanse Alpen. De besneeuwde bergen zijn zo mooi deze tijd van het jaar, dat je er blijft naar kijken. Dichter bij Isawa komt de Fujiyama in zicht. Deze vulkaan met zijn mooie kegelvorm, die ook wel respectvol -Fuji San - genoemd wordt, steekt met zijn 3.776 meters hoog boven zijn omgeving uit. Hoe dichter je komt, hoe groter hij lijkt. Vandaag was hij helemaal met sneeuw bedekt en stak scherp af tegen de blauwe hemel.
Het was vier uur toen we in het Isawa Nishikigoi Center aankwamen. De hele Sakai familie: Toshio, zijn vrouw, zijn zoon Toshi en zijn dochter Miwa, stond ons al op te wachten en na een vriendelijke begroeting met veel handgeschud en ruggeklop, gingen we het ontvangstbureeltje binnen. Hoe dikwijls heb ik hier al gezeten. Hoeveel discuties hebben we hier al gevoerd en hoeveel prachtige koi heb ik hier al gekocht. Ze zijn ontelbaar, maar iedere keer kom ik hier met veel plezier terug. De gesprekken die hier over koi gevoerd worden, zijn altijd interessant en leerzaam. Die voert men niet bij andere kwekers. Dat komt, omdat deze kleine man, niettegenstaande hij toch al achter in de vijftig is, nog altijd met hetzelfde enthousiasme zijn beroep beleeft en blijft experimenteren om iedere seizoen met betere koi naar buiten te komen. Ik heb zeer veel bewondering en respect voor hem en zijn familie.
Al vlug staat de tafel vol frisdrank, bier en koffie en worden er over en weer grappige opmerkingen gemaakt en gelachen. Maar het duurt niet lang vooraleer het onderwerp veranderd. Koi, dat is waar het hier om draait. Daarvoor komen we hier en daar willen we over praten en natuurlijk ook zien. We lopen met Toshio nog even langs de vijvers en zoals ik verwachtte, kan hij het weer niet laten. Hij neemt een net en brengt vol trots een driejarige Kohaku naar de oppervlakte. Het is een Sandan, ongeveer 75 cm. Ik kijk mijn ogen uit. Lieve hemel, wat een prachtdier. Deze Kohaku is gewoon perfect. Het is een vrouw natuurlijk. Wat een lichaam, ongelooflijk stevig en prachtig van vorm. Ze heeft een diep zacht Beni op een roomwitte ondergrond. Ze straalt gewoon van gezondheid, zo zie je ze zelden. Er is haast geen sashi en het kiwa, het maruzome en het fukurin zijn gewoon van het beste dat ik ooit al gezien heb. Dit is een Grand Champion in de dop en waarschijnlijk de mooiste Kohaku die ik deze reis te zien zal krijgen. Zou ze te koop zijn? Ik wil het niet vragen, want ik weet al dat hij zijn hoofd zal schudden. Een juweel als dit is uiterst zeldzaam en daar wil hij geen afstand van doen. Trouwens, ze zal toch te duur zijn. Ik zou nog wel een uur naar deze parel willen blijven kijken, maar de tijd is onmerkbaar omgevlogen en omdat de Sakai familie ons uitnodigen op een etentje, moeten we snel naar het hotel om ons te verfrissen en om te kleden. Zoals gewoonlijk zal het weer een gezellige avond worden. Toch wil ik op een redelijk uur naar bed, want ik wil goed uitgeslapen voor de dag komen morgen. Er is een massa te doen en er is veel te bespreken, want ik wil de Azukarivissen van Nippon Koi Garden, die hier ergens rondzwemmen bekijken en beslissen welke er van ik mee naar Brecht wil laten komen en welke ik nog terug, voor een zomer, in de moddervijver wil laten zetten. We zien wel. Misschien koop ik morgen wel weer een nieuwe uitzonderlijke Tategoi.

Dag 7.
Het hele landschap was grijs vanmorgen. Er viel een gestage druilregen toen we rond negen uur bij Toshio aankwamen. Vandaag geen grappen. Na de koffie werden er parapluutjes uitgedeeld en liepen we naar de buitenvijvers. Dit zou geen gemakkelijke dag worden. Werken met zo’n ding boven je hoofd is niet praktisch, maar het was nu zo en het hield mij niet tegen. Waarom de buitenvijvers op zo’n dag, kun je je afvragen? Wel, dat is gewoon omdat de temperatuur in die vijvers, net zoals bij ons, tussen de 10 en 14 graden is en geen dertig graden zoals in de serres. Vissen uit de serres hebben altijd veel meer aanpassing nodig.

Ik had mijn oog laten vallen op een vijver met jumbo tosai van ongeveer 30 cm en twee vijvers met nisai Gosanke, die allen tussen de 40 en 45 cm waren. Uit die vijvers wilde ik selecteren. Ik wist dat de prijzen in die vijvers variabel waren. De ene koi kon wel drie of vier maal meer kosten dan de andere, maar daar kwamen we altijd wel uit. Drie uur bleven we in dat rotweer selecteren. Op de middag kwamen we weer in het bureeltje aan, doornat en verkleumd. Maar ik was zeer tevreden, want ik had alle koi gevonden die ik nodig had. Kohaku, Sanke, Showa en Ai Goromo. Toshio nam mij nog even mee naar een vijvertje. Er zaten enkele honderden tosai Hi Utsuri en Ginrin Hi Utsuri in. Ze waren opvallend mooi. Er zullen er een vijftigtal mee naar Brecht komen.

Na een snelle lunch reden we naar enkele serres aan de andere kant van Isawa. Daar hield Toshio zijn beste nisai en sansai Tategoi verborgen. Hier zaten ook de Azukari van Nippon Koi Garden. Eén voor één werden ze in de meetbak gezet, gekeurd en gemeten. Een gosai Inazuma, Kuchibene Kohaku van 78 cm, een yonsai Kuchibene Kohaku van 72 cm, een nisai - sandan Kohaku van 53 cm en een sansai Yondan Sanke van 65 cm. Waarschijnlijk zal ik er drie van de vier laten overvliegen. De nisai Sansai Kohaku laat ik nog enkele jaartjes hier.

In oktober verleden jaar was er één van onze Showa niet meer uit de moddervijver gekomen. Dat kan soms gebeuren. Maar als je een koi in de moddervijver laat zetten, dan weet je dat het op eigen risico is en dan heb je pech als hij gedurende die periode in de vijver dood gaat. Je bent er mee akkoord gegaan, maar toch blijft er in je hoofd altijd de hoop of een onuitgesproken vraag zweven: zou de kweker niets doen om het verlies te compenseren?

Plots nam Toshio een net, liep over de smalle vijverwand naar de achterkant van de vijver en kwam met een vis in het net terug naar de voorkant, waar Toshi hem in een blauwe bowl opving. Het was een prachtige nisai Showa van meer dan vijftig cm, met een geweldig sterk lichaam. Het Beni was prachtig verdeeld over het lichaam en het Sumi, dat nog gedeeltelijk Kage was, vielen mooi tussen het Beni op het Shiro. Waaauw, wat een vis, ging er door mijn hoofd. Wat een prachtige Tategoi. Ik stond op het punt om te vragen hoeveel dit juweel moest kosten, toen Toshio zei: “Piet San, als je er mee tevreden kunt zijn, wil ik je deze Tategoi Showa aanbieden als compensatie voor de mooie Inazuma Showa die je in oktober verloren hebt.” Ik stond perplex. Dit was een zeer mooie en onverwachte geste. Deze Showa was veel beter dan diegene die ik verloren had. Natuurlijk was ik er tevreden mee. Al lachend stak ik mijn hand uit en pompte de zijne op en neer. “Dank je Toshio San, dit vind ik geweldig”, zei ik vol vreugde. Even later was iedereen foto’s van de Showa aan het nemen. Michel stootte me aan en vroeg: “Ben je tevreden Piet San?” “Zeer zeker, dit is fantastisch”, antwoordde ik. Er werden nu enkele andere vissen geschept, maar ik was er niet meer met mijn gedachten bij. Het was genoeg geweest. Dit wat het laatste wapenfeit van de reis. Een uur later zat ik op de limousinebus, die me naar Narita Airport voerde. Ik bracht de nacht door in het Narita Hilton Hotel en op dag 8 vloog ik terug naar huis, waar Veerle, met de hulp van Alex en Nele, intussen alle vijvers in gereedheid brachten voor de nieuwe koiselectie te ontvangen.

Alles samen kocht ik ongeveer 3000 koi tijdens deze trip. Wanneer ze naar Brecht zullen komen staat nog niet vast. Het zal waarschijnlijk in de derde of vierde week van maart zijn.
Als we de juiste datum weten zullen we een berichtje op de site zetten.

«Terug